Betaling per vergissing?


Het komt nogal eens voor dat een betaling op een verkeerde bankrekening terecht komt. Verkeerd omdat bij het invullen een verkeerde toets wordt aangeslagen of in het bankbestand een verkeerde relatie wordt geselecteerd. Maar verkeerd ook omdat een wederpartij wordt betaald op een verkeerde rekening en blijkt dat aan een andere partij moest worden betaald. Bijvoorbeeld in een faillissement.  De betaling op de rekening van de failliete wederpartij is dan mogelijk onverschuldigd. Een eerste reactie is dan ook het bedrag terug te vorderen omdat het onverschuldigd is betaald. De curator zal dan in de regel bevestigen dat het bedrag onverschuldigd is betaald en daarbij er aan toevoegen dat de vordering (tot terugbetaling) op de lijst van concurrente boedelschuldeisers is geplaatst. Dit heeft te maken met het feit dat de betaling heeft plaatsgevonden na de datum van het faillissement, zodat het bedrag dan op grond van art. 20 Fw in de boedel valt. De vordering tot terugbetaling van het onverschuldigd betaalde bedrag is daarmee in beginsel een concurrente boedelvordering, aangezien aan zo’n vordering in het stelsel van de Faillissementswet geen voorrang toekomt. Op deze hoofdregel kan een uitzondering worden gemaakt, indien de betaling het gevolg is van een onmiskenbare vergissing.

 

Een dergelijke status van superboedelvordering kan ontstaan wanneer de betaling het gevolg is van een zodanige onmiskenbare vergissing dat van de betalende partij niet kan worden gevergd dat de betaling strekt tot een verrijking van de gezamenlijke schuldeisers. De curator zal in dat geval de betaling moeten terugdraaien en de betalende wederpartij het bedrag terugstorten. Het gaat dan wel om een uitzondering op de normale gang van zaken in een faillissement.


 
De rechtbank in Haarlem heeft onlangs een kwestie over onverschuldigde betaling beoordeeld. De rechtbank komt op grond van de aangevoerde feiten en omstandigheden tot het oordeel dat de curator niet zonder enige twijfel heeft kunnen herkennen dat bij de betaling in kwestie sprake is geweest van een vergissing. De bestaande rechtsverhouding (waaronder in dat geval geldleningen) konden immers, ook na enig onderzoek van de curator, niet worden uitgesloten als rechtsgrond voor de betalingen van betreffende partij. Dat leidt tot de slotsom dat de uitzonderingsregel hier niet van toepassing is.

 

Het verrichten van een betaling in een situatie van een faillissement is vaak een onduidelijke kwestie, zeker in het geval er mogelijke verpandingen zijn of u wordt verzocht door een partij, anders dan de curator, op een andere rekening te betalen. In dat laatste geval zouden de pandhouder maar ook de curator alsnog betaling kunnen vorderen. Dat staat echter los van de situatie waarin door u een verkeerde rekening wordt gebruikt of wanneer u betaald op grond van een na datum faillissement vervallen rechtsgrond. Zo snel mogelijk actie ondernemen is in dat geval vereist, mogelijk dat de wederpartij het verkeerd betaalde bedrag retourneert. In een faillissement kan een vergissing evenwel kostbaar zijn.