JuridischReistijd: verloren tijd of betaalde tijd?

3 september 2021

Het traditionele beeld van een werknemer die ’s ochtends opstaat, naar zijn werk gaat, daar werkt en ten slotte weer naar huis gaat, behoort sinds de komst van het coronavirus tot het verleden. Tegenwoordig wordt er op steeds meer verschillende plekken gewerkt: thuis, bij klanten ‘on site’, op flexplekken of misschien zelfs in een favoriete koffietent. Hierdoor wordt het steeds lastiger om te bepalen wat nu reistijd en wat nu werktijd is. Valt het fietsen naar de koffietent, om daar te gaan werken, onder werktijd? Wat als je naar een klant moet rijden om daar te gaan werken? Of als je eerst naar je vaste werkplaats gaat, daarna naar een klant en ten slotte de dag afrondt op een flexplek? Kunnen al deze reisbewegingen worden gezien als werktijd of niet?

Dit vroeg een medewerker van het ministerie van Defensie zich ook af. Deze medewerker was daar werkzaam als reservist. Reservisten zijn werknemers van Defensie die zich parttime inzetten voor Defensie, vaak naast hun normale baan of studie. Defensie zet hen in op het moment dat er meer personeel nodig is dan er direct voorhanden is.

Aangezien deze reservist niet werkzaam was op basis van een vast dienstverband moest hij de door hem verrichte werkzaamheden iedere maand achteraf invullen op een zogeheten ‘appellijst’. De reservist in deze zaak had daarop naast zijn werktijd ook zijn reistijd genoteerd. Zijn leidinggevende wees hem erop dat reistijd niet als werktijd werd gezien. De reservist werd gevraagd om de appellijst aan te passen. De reservist was het hier niet mee eens en ging tegen dit besluit in bezwaar; hij vond dat zijn reistijd als werktijd diende te worden aangemerkt en daarom ook voor vergoeding in aanmerking moest komen. Het bezwaar had niet het gewenste effect; het werd afgewezen.

De reservist bleef bij zijn standpunt en ging in beroep bij de Centrale Raad voor Beroep (hierna: De Raad). De vraag die hier beantwoord moest worden is wanneer er nou precies sprake is van reistijd en wanneer van werktijd? Een antwoord op deze vraag zocht de Raad in Europese regelgeving en jurisprudentie. De Raad merkte op dat, volgens Europese regels, kan worden gesproken van werktijd indien voldaan is aan drie vereisten:
1. De werknemer moet zijn functie of werkzaamheden uitoefenen;
2. De werknemer moet ter beschikking staan van de werkgever;
3. De werknemer moet aanwezig zijn op de arbeidsplaats. Als een werknemer bij klanten op locatie werkzaamheden uitoefent, is die arbeidsplaats niet beperkt tot die specifieke locatie bij de klant.

Wanneer een kantoormedewerker naar zijn favoriete koffietent fietst om daar te gaan werken, zal er sprake zijn van reistijd en niet van werktijd. Immers, de werknemer is (nog) niet zijn functie of werkzaamheden aan het uitoefenen, hij staat niet ter beschikking van zijn werkgever en hij is niet aanwezig op zijn arbeidsplaats.
De Raad wijst erop dat deze Europese regels alleen bepalen wanneer er sprake is van reistijd of werktijd in het licht van de arbeidstijdenwet. Indien er geconcludeerd wordt dat er sprake is van werktijd wil dat niet meteen zeggen dat een werknemer daar ook voor betaald moet worden. Of dat het geval is, dient te worden beoordeeld naar de regels van het nationale recht.

Uit deze uitspraak blijkt dat het verschil tussen werk- en reistijd wel degelijk streng te onderscheiden is. Daarnaast is het van belang dat zelfs als bepaalde reisbewegingen worden aangemerkt als werktijd er niet altijd een vergoeding tegenover hoeft te staan.
Dit zal afhangen van de specifieke regels die daarvoor gelden, bijvoorbeeld de arbeidsovereenkomst, CAO of regelingen e.d. Zo kan er ook sprake zijn van vergoedingen van reistijd zonder dat dit als werktijd geldt.

Zowel werknemers als werkgevers doen er goed aan om zich bewust te zijn van de feitelijke uitvoering van hun werkzaamheden en hoe dit juridisch gekwalificeerd dient te worden. Een werknemer loopt mogelijk inkomsten mis door ervan uit te gaan dat zijn reistijd niet als werktijd dient te worden bestempeld. Daarentegen loopt een werkgever mogelijk een groot financieel risico als blijkt dat de reistijd van een groot gedeelte van zijn personeelsbestand dient te worden aangemerkt als werktijd én deze werktijd ook betaald dient te worden.

Hoe liep het af met de reservist?
Op basis van de nationale regelgeving komt de reistijd van de reservist enkel voor vergoeding in aanmerking als er sprake is van een functie waarbij de reistijd een wezenlijk bestanddeel van de functie uitmaakt. Helaas voor de reservist is zijn reistijd niet een wezenlijk bestanddeel van de functie. Daarom komt deze dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.

Daar waar de grenzen tussen werktijd en reistijd steeds vager worden is het goed om stil te staan bij de vraag hoe een en ander juridisch dient te worden gekwalificeerd. De advocaten en juristen van KampsVanBaar Advocaten weten hoe het zit. Wij maken u graag wegwijs in deze materie met advies dat is toegespitst op uw situatie. Zo voorkomt u onnodige en onaangename financiële verrassingen achteraf. Wij zijn telefonisch te bereiken op + 31 (0)46 4205660 of via e-mail: info@kampsvanbaar.nl

Wilhelminastraat 25, 6131 KL Sittard
046-4205660
info@kampsvanbaar.nl

Volg ons op: